Vertrouwen moet je doen!

Een ontmoeting met Nienke Baars en Chris Fonteijn resp. directeur en voorzitter van het Nationaal Programma Groningen

Er zijn gesprekken die beginnen met een agenda en eindigen met een lijstje. En er zijn gesprekken die beginnen met een vraag en eindigen met een ruimte. Dit was het tweede.

We spraken over Groningen, maar eigenlijk spraken we over iets groters: de verhouding tussen overheid en samenleving, tussen herstel en toekomst, tussen structuur en initiatief. Over vertrouwen – niet als woord in een beleidsdocument, maar als praktijk die zich dagelijks moet bewijzen.

Het Nationaal Programma Groningen is in veel opzichten een paradox. Het is een programma met projecten, budgetten en governance, en tegelijk een poging om iets te herstellen wat zich niet laat programmeren: het gevoel dat je ertoe doet. Herstel van schade en versterking van woningen zijn noodzakelijk, maar zonder perspectief blijft een regio kwetsbaar. Daarom richt het Nationaal Programma Groningen zich niet alleen op wat is gebeurd, maar op wat mogelijk moet worden.

Daarmee positioneert het programma zich als een estafette gericht op de toekomst van de provincie: tien jaar Nationaal Programma Groningen, gevolgd door een langjarige sociale en economische agenda in het kader van Nij Begun. Geen eindpunt, maar een beweging.

 

Projecten met een ziel

Wat opvalt is de nadruk op concrete projecten – van dorpshuizen en ommetjes tot het Werelderfgoedcentrum Waddenzee in Lauwersoog en korte voedselketens. Geen systeemhervorming op papier, maar tastbare interventies in de leefomgeving.

En toch gaat het niet alleen over stenen. Een wandelpad dat twee dorpen opnieuw verbindt, herstelt niet alleen een route, maar ook een sociaal weefsel dat ooit werd doorgesneden.
Een theaterplek bij het Schildmeer – De Barst – wordt een plek voor verwerking en toekomstverbeelding. Een hackathon voor jongeren is een oefening in eigenaarschap en ondernemerschap.

Hier wordt brede welvaart zichtbaar als ervaring: in verbinding, in initiatief, in de mogelijkheid om zelf vorm te geven.

 

Van voorzien naar mogelijk maken

Misschien wel het meest interessante inzicht is dat de overheid hier niet alleen uitvoerder is, maar deelnemer in een leerproces. Het volledig loslaten van middelen werkt niet – de institutionele werkelijkheid is daarvoor te complex. Maar volledig sturen ondermijnt eigenaarschap.

Tussen die uitersten ontstaan nieuwe werkvormen: programmabureaus die initiatieven helpen navigeren door regels, provincies die burgerregelingen uitvoeren en bestuurders die ruimte maken voor onorthodoxe oplossingen. Dat vraagt lef – niet in abstracte zin, maar in dagelijkse keuzes om een besluit te nemen in plaats van nog een procedure toe te voegen.

In die beweging verandert ook de rol van de overheid zelf: van voorziener naar mogelijkmaker, van sturing op output naar ondersteuning van initiatief. Eigenaarschap blijkt geen vanzelfsprekend gevolg van participatie, maar vraagt tijd, continuïteit en een infrastructuur die mensen helpt hun ideeën daadwerkelijk te realiseren.

 

De traagheid van vertrouwen

Wat raakte, was de erkenning dat de effecten van het programma niet los te zien zijn van de voortgaande schade- en versterkingsoperatie. Zolang gezinnen nog midden in dossiers, verhuizingen en onzekerheid zitten, kan een investering in leefbaarheid niet onmiddellijk als verbetering worden ervaren. Vertrouwen heeft een andere tijdslogica dan projectfinanciering.

 

Groningen als proeftuin

De keuze om honderd miljoen euro  via Toukomst rechtstreeks door Groningers te laten verdelen, markeert een wezenlijke verschuiving in zeggenschap. Niet de overheid bepaalde de prioriteiten, maar bewoners zelf namen verantwoordelijkheid voor de selectie en bundeling van initiatieven.

Daarmee wordt Groningen een proeftuin voor een andere verhouding tussen overheid en samenleving: van sturen op projecten naar sturen op eigenaarschap. De onderliggende vraag is niet langer hoe burgers kunnen worden betrokken bij beleid, maar hoe beleid zo kan worden ingericht dat burgers mede-vormgever zijn – zonder te worden gereduceerd tot doelgroep of subsidieaanvrager.

 

Het verhaal vertellen

Een belangrijke opgave voor de komende jaren is niet zozeer het starten van nieuwe projecten, maar het zichtbaar maken van wat er al gebeurt – door de mensen die het dragen. Dat is meer dan communicatie. Het is het creëren van een collectief narratief waarin bewoners zichzelf herkennen als mede-makers van de toekomst.

Wat deze ontmoeting vooral duidelijk maakte, is dat vertrouwen in Groningen geen abstract thema is. Het is een dagelijkse praktijk van kleine beslissingen: een ambtenaar die meedenkt in plaats van toetst, een bestuurder die risico accepteert, een provincie die een loket opent voor burgerinitiatieven en een gemeenschap die verantwoordelijkheid neemt voor een gezamenlijk project. Vertrouwen is hier geen voorwaarde vooraf, maar een resultaat van handelen.

Of, zoals het in het gesprek werd geformuleerd: vertrouwen moet je doen.

Tot slot

Het Nationaal Programma Groningen laat zien dat brede welvaart niet alleen gaat over economische indicatoren, maar over relationele infrastructuur: de kwaliteit van samenwerking, de ruimte voor initiatief en de bereidheid om verantwoordelijkheid te delen.

Daarmee is het programma meer dan een regionaal investeringsfonds. Het is een oefening in een andere manier van sturen – een die niet begint bij controle, maar bij de vraag: hoe maken we het mogelijk dat mensen hun eigen toekomst vormgeven?

Misschien is dat wel de belangrijkste les uit Groningen: dat vertrouwen geen zachte waarde is, maar een harde voorwaarde voor uitvoeringskracht. En dat het, net als een ommetje tussen twee dorpen, pas zichtbaar wordt wanneer iemand het eerste pad durft te leggen.

ander nieuws